Er zijn talloze
internetsites die de werking van een camera uitleggen en/of waar tips
worden gegeven over hoe je dan wel niet de beste foto kan maken. Waarom
dan dit gedeelte er ook nog bij op het internet ?
Toen ik zelf van plan was een spiegelreflex-camera te kopen wilde ik wel
eens weten hoe zo 'n apparaat precies werkte en wat nu belangrijk zou
zijn als ik zou beginnen met foto's maken. Mijn zoektocht hield ik op
het internet. Het grote probleem waar ik steeds tegen aan liep was dat
op veel sites de uitleg te moeilijk was door allerlei termen die in het
rond werden gesmeten......het duurde dan ook vrij lang voordat ik echt
doorhad wat nu de basis principes waren voor het juiste behandelen van
de camera. In mijn ogen kan dit allemaal véél makkelijker!
Ook is er op het internet vrij weinig te vinden voor mensen die met een
normale digitale camera foto's maken qua tips e.d. Deze zijn vaak alleen
maar voor speigelreflex camera's bedoelt. Ik hoop en heb de bedoeling
dat deze mensen met mijn tips wel iets bruikbaars kunnen leren voor het
gebruik van hun 'normale' huis-tuin en keuken digitale camera.
'Diafragma', net als de pupil in je eigen oog.
Dit is dus zo'n term die men gelijk aan fotografie koppelt, maar wat het
precies is en in hoeverre je moet weten hoe dit werkt......dat was
moeilijk uitgelegd op het internet vond ik.
Het diafragma kan je het beste vergelijken met je eigen oog. Je oog
heeft een pupil waardoor het licht naar binnen valt en je kan 'kijken'
wat er om je heen gebeurt. Het diafragma is eigenlijk de pupil van de
camera.
Als je buiten loopt in het donker, dan is de pupil in jouw oog groot.
Omdat er weinig licht om je heen is, maakt je oog de pupil extra groot
zodat er maar zoveel mogelijk licht naar binnen kan vallen.
Wanneer je nu van buiten op straat weer je huis in gaat verandert er
iets aan je pupil. In huis is het namelijk licht (als je de verlichting
tenminste aandoet natuurlijk!). Doordat er in je huis veel meer licht is
dan buiten in het donker, wordt je pupil in je oog ook weer kleiner
omdat er nu genoeg licht om je heen is. Soms merk je dit zelfs wel eens.
Als je een tijdje buiten in het donker bent geweest (en je pupil dus
groot is) en je stapt ergens naar binnen waar de verlichting al aan is
heb je moeite met kijken. Je merkt nu dat je dan je ogen een beetje gaat
dichtknijpen en soms zelfs een beetje gaat tranen. Dit komt omdat je
pupil dan nog heel groot is en binnen een paar seconden in een ruimte
komt waar wel veel licht is. Omdat je pupil nog steeds 'op de grote
stand' staat komt er nu ineens te veel licht in je oog! Vandaar dat je
lichaam dan bijna automatisch de reactie geeft om je ogen een beetje
dicht te knijpen zodat er minder licht in je pupil komt.
Met het diafragma in de camera is dit precies hetzelfde! Dit is ook een
soort gaatje met een opening die ver open kan staan of juist helemaal
niet ver, zelfs bijna dicht. Het diafragma bevindt zich in de lens van
je camera, een simpel woord voor het diafragma zou dus 'lensopening'
zijn. Het diafragma werkt ook hetzelfde als de
pupil in jouw oog!
Als je een foto wil maken ergens waar er niet al te veel licht is,
bijvoorbeeld op een donkere regenachtige dag, moet het diafragma in je
camera ook ver geopend zijn. Er moet veel licht naar binnen kunnen
vallen.
Als je op een mooie zonnige zomerdag een foto wilt maken is er veel
licht. Net als je pupil van je oog hoeft het diafragma nu niet heel ver
open. Een klein gaatje voor het vele licht is genoeg.
De 'waarde' van een diafragma, oftewel de aanduiding hoe groot of hoe
klein de lensopening is, wordt aangegeven met de letter F. De waarde 'F
2.8' betekent dat het diafragma, de lensopening dus, best groot is. De
waarde 'F22' betekent dat het diafragma niet heel ver open is. De
F-cijfers waarmee de grote van de opening wordt aangegeven, is dus een
soort van omgekeerd. Hoe kleiner het getal achter de F, hoe groter de
lensopening is. In het onderstaande plaatje heb ik dit aangegeven met
vier zomaar gekozen F-waarden.

De 'sluiter' lijkt op je eigen ooglid........
De sluiter van een camera lijkt een beetje op je eigen ooglid. Als je
ooglid naar beneden is, dan kan je oog niets zien. Je hebt je oog
gesloten. De sluiter in een camera is net als je ooglid, als de sluiter
is gesloten ziet de camera niks. De sluiter is ook heel vaak dicht.
Alleen wanneer de foto echt wordt gemaakt gaat de sluiter open. Vaak is
dit natuurlijk niet zo lang. Iedereen kent wel het 'klik' geluid van een
camera. Die klik die je hoort is de sluiter die opent en weer dichtgaat.
De periode waarin de sluiter open gaat en weer dicht noemen we
'sluitertijd'. De sluitertijd wordt aangegeven met de letter T. De
waarde T 320 betekent dat de sluitertijd 1/320ste van een seconde is.
Vaak is de sluitertijd dus erg kort, maar dat hoeft niet altijd. Je kan
ook foto's maken met een sluitertijd van bijvoorbeeld vijf seconden tot
wel een halve minuut! Dit laatste doen fotograven vaak als het erg
donker is en er een object wordt gefotografeerd dat niet kan bewegen,
zoals een gebouw bijvoorbeeld. Des te lager de sluitertijd, des te meer
er beweging zichtbaar komt in de foto. Als voorbeeld onderstaande foto.
Deze foto heeft een sluitertijd van 6 seconden.
De vaste objecten zoals de boom op de voorgrond en het verkeersbord
staan onbewogen op de foto. De passerende stadsbus is in beweging en
komt dus op de foto als een soort 'streep'.
De
'sluitertijd' en de 'diafragma' bepalen dus allebei hoeveel licht er in
de camera valt als je een foto neemt. De sluitertijd geeft de tijd aan:
Hoelang moet het licht in de camera vallen. Het diafragma geeft aan
hoeveel licht (grote of kleine lensopening) er door de lens heen moet
gaan.
De sluiter en het diafragma hebben dus veel met elkaar te maken. Je kan
bijvoorbeeld wel het diafragma hel ver geopend hebben omdat het een
grijze herfstdag is, maar als je vervolgens een sluitertijd van 1000 heb
gekozen (dus 1/1000ste van een seconden) zul je alsnog een onderbelichte
(vrij donkere) foto krijgen omdat je veel te kort het licht door de
grote lensopening laat vallen.
Dit is de basis van de begrippen 'sluiter' en 'diafragma'. Uiteraard
gaan deze begrippen nog veel verder dan deze korte simpele uitleg, maar
gebruik dit als kapstok voordat je voor het eerst aan de slag gaat met
een spiegelreflex-camera.
ISO
Het begrip ISO gaat over de 'lichtgevoeligheid' van de foto. Deze ISO
waarde begint bij 100 en loopt dan op naar bijvoorbeeld 1600. Deze
waarden verdubbelen telkens. Dus van 100 naar 200, van 200 naar 400 etc.
Hoe hoger deze waarde, hoe lichter de geschoten afbeelding is. Een foto
met ISO waarde 1600 is overdag bijna nooit onderbelicht en dus nooit te
donker. Vrij simpel dus zou je zeggen...bij donker weer altijd met de
hoogste ISO-waarde een foto maken, want dan kan de plaat bijna nooit te
donker zijn. Helaas werkt dit in de praktijk niet zo. Het is namelijk
ook zo dat hoe hoger de ISO waarde van een foto, hoe troebeler het
beeld. Bij een foto met ISO 1600 is er veel 'ruis' op de foto te zien
waardoor de kwaliteit afneemt. Een goed voorbeeld van die ruis kun je
zien op de foto hieronder van de haai in Sealife, Scheveningen. De foto
is gemaakt met een ISO waarde van 1600. Het troebel worden van de
foto kan je met name goed zien aan de 'grijze-witte' onderkant van de
haai die op deze foto totaal niet mooi is weergegeven.

Dus de ISO-waarde veranderen kan een handig hulpmiddeltje zijn om je
foto iets meer lichter te doen lijken, maar bedenk wel dat dit altijd
ten koste gaat van de kwaliteit van de foto. De ruis met ISO 100 is er
niet, met ISO 400 waarneembaar maar nauwelijks storend. Maar met ISO 800
wordt deze al veel beter zichtbaar en echt storend om maar te zwijgen
van de waarde 1600 bijvoorbeeld. Er zijn zelfs tegenwoordig camera's die
tot aan ISO 3200 kunnen worden ingesteld.....maar dit komt de kwaliteit
van de foto echt niet ten goede!
Witbalans
De kleur wit zien onze ogen heel snel. Het maakt ons mensen niet uit of
die witte muur wordt belicht door een felle zon of door een stel
TL-buizen in een sporthal. Voor de camera maakt dit wel een verschil.
Deze vind het moeilijk om de kleur wit te 'zien'. Hou hier rekening mee
tijdens het fotograferen! Doe je dit niet dan kan het voorkomen dat de
kleuren op je foto te intens of juist minder intens worden weergegeven,
zonde! Op elke spiegelreflexcamera zit tegenwoordig een menu waarin je
de wit-balans automatisch kan instellen op een gewenste situatie.
(bijvoorbeeld daglicht, bewolkt, TL-lampen etc.)
Ook kan je handmatig de witbalans instellen als je nog niet tevreden
bent. In principe gaat het bij elke camera zo dat je een foto maakt van
een witte achtergrond waarna je de camera via het desbetreffende menu
laat weten dat deze achtergrond 'wit' is. Tijdens het maken van de
foto's hierna zal de camera zich aanpassen aan deze witbalans en zullen
de kleuren 'echt' worden weergegeven.
Mijn uitleg stopt bij deze vier 'basis' begrippen. Als je
het bovenstaande verhaal goed hebt begrepen dan kom je al een heel eind
bij het maken van foto's met een spiegelreflex-camera, gebruik het als
een fundering in je verdere zoektocht in de fotografie.
De pagina stopt hier echter niet, want ik wil ook nog een paar andere
tips meegeven.
FOTO TIPS (zeker ook bruikbaar voor
mensen met een 'normale' compact digitale camera)
- In mijn ogen de belangrijkste tip: je eigen
ogen!
Wat ik hiermee bedoel? De één kan een foto echt heel mooi vinden
terwijl een ander de foto juist minder vindt. Jij bepaalt dus zelf wat
jij een mooie foto vindt en niemand anders! (Tenzij je natuurlijk in
opdracht 'werkt' van een opdrachtgever, dan is zijn of haar mening het
belangrijkst!)
- 'Foto's maken met een normale compacte camera of
mobiel van een snel bewegend object'
Ook met een normale digitale camera of mobiel kun je best leuke foto's
maken van snelle bewegende objecten. Voordat ik mijn spiegel-reflex
camera gebruikte had ik een trust-camera die qua prestaties
vergelijkbaar is met een camera die thans in de nieuwste mobiele
telefoons is verwerkt. Zelfs daarmee kun je 'redelijke' foto's maken op
bijvoorbeeld een motorcross of racebaan. Zorg ervoor dat je de motoren
of auto's niet van de zijkant maar van voren of van achteren fotografeert.
Ook de keuze van het baangedeelte is belangrijk. Zorg dat je
ergens bent waar de snelheid niet al te hoog ligt (zoals het ingaan van
een bocht bijvoorbeeld) en waar je redelijk dichtbij kan komen (dit
omdat je waarschijnlijk te weinig kan inzoomen)
Als je camera niet direct de foto maakt maar even de tijd neemt voordat
hij 'klikt' (bij een camera van een GSM bijvoorbeeld), probeer dan in te
schatten wanneer de foto daadwerkelijk gemaakt wordt. Na een aantal
pogingen lukt het dan om een redelijke foto te schieten met zelfs je
mobiele telefoon!
- 'Foto's maken op een zonnig dagje uit of op
zomervakantie'
Je kent het wel, na de zomervakantie bekijk je je foto's eens goed. Op
je kleine LCDscherm van je camera leken de foto's er op dat moment goed
uit te zien, maar in werkelijkheid ben je toch niet zo tevreden over die
foto van je partner voor dat ene bouwwerk. Het gezicht is namelijk half
zwart door de schaduw van de zon die zijwaarts schijnt! De
oplossing...fotografeer met de flitser aan! Juist op die mooie zonnige
dag. Zo zul je zien dat het gezicht van de persoon op de voorgrond
schaduw vrij is maar de achtergrond wel zijn 'natuurlijke' licht
behoudt.
- 'Maak foto's spannender'
Er zijn heel wat manieren om een foto spannender te maken, zoals een
andere invalshoek. Probeer eens door de knieën te gaan wanneer je de
foto maakt. Van onderen ziet alles er namelijk echt anders uit en zo
maak je de foto spannender.
Als je een gebouw op de foto zet, probeer dan op de voorgrond iets
in beeld te krijgen zoals bijvoorbeeld bloemen of een grasspriet o.i.d.
Stel scherp op het gebouw en druk af. Je zult nu zien dat de foto iets
meer spanning met zich meebrengt omdat er op de voorgrond een onscherp
object te zien is waar langs gekeken wordt.
- 'Zorg dat er niks fout gaat qua materiaal'
Het klinkt o zo logisch maar check voor jezelf toch even voordat je weg
gaat ,op vakantie bijvoorbeeld, of je alles van je camera goed bruikbaar
bij je hebt. Opgeladen batterijen/accu's (ik raad trouwens altijd aan om
een camera te kopen die werkt met accu's dan met doorsnee oplaadbare
batterijen. Laatst genoemde hebben een veel kortere levensduur..),
genoeg opslagruimte voor de foto's, de accu/batterijen oplader en zeker
onmisbaar een (brillen)doekje om de camera-lens schoon te maken mits dit
nodig is! Bedenk ook dat je camera niet tegen vallen op de grond en in
het water kan...dus behandel het apparaat met enige
voorzichtigheid.
|