www. emilbilars . nl
Fotografie: simpele uitleg van de basis + tips

Terug
Er zijn talloze internetsites die de werking van een camera uitleggen en/of waar tips worden gegeven over hoe je dan wel niet de beste foto kan maken. Waarom dan dit gedeelte er ook nog bij op het internet ? 
Toen ik zelf van plan was een spiegelreflex-camera te kopen wilde ik wel eens weten hoe zo 'n apparaat precies werkte en wat nu belangrijk zou zijn als ik zou beginnen met foto's maken. Mijn zoektocht hield ik op het internet. Het grote probleem waar ik steeds tegen aan liep was dat op veel sites de uitleg te moeilijk was door allerlei termen die in het rond werden gesmeten......het duurde dan ook vrij lang voordat ik echt doorhad wat nu de basis principes waren voor het juiste behandelen van de camera. In mijn ogen kan dit allemaal véél makkelijker! 
Ook is er op het internet vrij weinig te vinden voor mensen die met een normale digitale camera foto's maken qua tips e.d. Deze zijn vaak alleen maar voor speigelreflex camera's bedoelt. Ik hoop en heb de bedoeling dat deze mensen met mijn tips wel iets bruikbaars kunnen leren voor het gebruik van hun 'normale' huis-tuin en keuken digitale camera.

'Diafragma', net als de pupil in je eigen oog.
Dit is dus zo'n term die men gelijk aan fotografie koppelt, maar wat het precies is en in hoeverre je moet weten hoe dit werkt......dat was moeilijk uitgelegd op het internet vond ik.
Het diafragma kan je het beste vergelijken met je eigen oog. Je oog heeft een pupil waardoor het licht naar binnen valt en je kan 'kijken' wat er om je heen gebeurt. Het diafragma is eigenlijk de pupil van de camera.
Als je buiten loopt in het donker, dan is de pupil in jouw oog groot. Omdat er weinig licht om je heen is, maakt je oog de pupil extra groot zodat er maar zoveel mogelijk licht naar binnen kan vallen. 
Wanneer je nu van buiten op straat weer je huis in gaat verandert er iets aan je pupil. In huis is het namelijk licht (als je de verlichting tenminste aandoet natuurlijk!). Doordat er in je huis veel meer licht is dan buiten in het donker, wordt je pupil in je oog ook weer kleiner omdat er nu genoeg licht om je heen is. Soms merk je dit zelfs wel eens. Als je een tijdje buiten in het donker bent geweest (en je pupil dus groot is) en je stapt ergens naar binnen waar de verlichting al aan is heb je moeite met kijken. Je merkt nu dat je dan je ogen een beetje gaat dichtknijpen en soms zelfs een beetje gaat tranen. Dit komt omdat je pupil dan nog heel groot is en binnen een paar seconden in een ruimte komt waar wel veel licht is. Omdat je pupil nog steeds 'op de grote stand' staat komt er nu ineens te veel licht in je oog! Vandaar dat je lichaam dan bijna automatisch de reactie geeft om je ogen een beetje dicht te knijpen zodat er minder licht in je pupil komt. 
Met het diafragma in de camera is dit precies hetzelfde! Dit is ook een soort gaatje met een opening die ver open kan staan of juist helemaal niet ver, zelfs bijna dicht. Het diafragma bevindt zich in de lens van je camera, een simpel woord voor het diafragma zou dus 'lensopening' zijn. Het diafragma werkt ook hetzelfde als de pupil in jouw oog!
Als je een foto wil maken ergens waar er niet al te veel licht is, bijvoorbeeld op een donkere regenachtige dag, moet het diafragma in je camera ook ver geopend zijn. Er moet veel licht naar binnen kunnen vallen. 
Als je op een mooie zonnige zomerdag een foto wilt maken is er veel licht. Net als je pupil van je oog hoeft het diafragma nu niet heel ver open. Een klein gaatje voor het vele licht is genoeg.
De 'waarde' van een diafragma, oftewel de aanduiding hoe groot of hoe klein de lensopening is, wordt aangegeven met de letter F. De waarde 'F 2.8' betekent dat het diafragma, de lensopening dus, best groot is. De waarde 'F22' betekent dat het diafragma niet heel ver open is. De F-cijfers waarmee de grote van de opening wordt aangegeven, is dus een soort van omgekeerd. Hoe kleiner het getal achter de F, hoe groter de lensopening is. In het onderstaande plaatje heb ik dit aangegeven met vier zomaar gekozen F-waarden.

 

De 'sluiter' lijkt op je eigen ooglid........
De sluiter van een camera lijkt een beetje op je eigen ooglid. Als je ooglid naar beneden is, dan kan je oog niets zien. Je hebt je oog gesloten. De sluiter in een camera is net als je ooglid, als de sluiter is gesloten ziet de camera niks. De sluiter is ook heel vaak dicht. Alleen wanneer de foto echt wordt gemaakt gaat de sluiter open. Vaak is dit natuurlijk niet zo lang. Iedereen kent wel het 'klik' geluid van een camera. Die klik die je hoort is de sluiter die opent en weer dichtgaat. De periode waarin de sluiter open gaat en weer dicht noemen we 'sluitertijd'. De sluitertijd wordt aangegeven met de letter T. De waarde T 320 betekent dat de sluitertijd 1/320ste van een seconde is. Vaak is de sluitertijd dus erg kort, maar dat hoeft niet altijd. Je kan ook foto's maken met een sluitertijd van bijvoorbeeld vijf seconden tot wel een halve minuut!  Dit laatste doen fotograven vaak als het erg donker is en er een object wordt gefotografeerd dat niet kan bewegen, zoals een gebouw bijvoorbeeld. Des te lager de sluitertijd, des te meer er beweging zichtbaar komt in de foto. Als voorbeeld onderstaande foto. Deze foto heeft een sluitertijd van 6 seconden.
 
De vaste objecten zoals de boom op de voorgrond en het verkeersbord staan onbewogen op de foto. De passerende stadsbus is in beweging en komt dus op de foto als een soort 'streep'.
De 'sluitertijd' en de 'diafragma' bepalen dus allebei hoeveel licht er in de camera valt als je een foto neemt. De sluitertijd geeft de tijd aan: Hoelang moet het licht in de camera vallen. Het diafragma geeft aan hoeveel licht (grote of kleine lensopening) er door de lens heen moet gaan.
De sluiter en het diafragma hebben dus veel met elkaar te maken. Je kan bijvoorbeeld wel het diafragma hel ver geopend hebben omdat het een grijze herfstdag is, maar als je vervolgens een sluitertijd van 1000 heb gekozen (dus 1/1000ste van een seconden) zul je alsnog een onderbelichte (vrij donkere) foto krijgen omdat je veel te kort het licht door de grote lensopening laat vallen.  
Dit is de basis van de begrippen 'sluiter' en 'diafragma'. Uiteraard gaan deze begrippen nog veel verder dan deze korte simpele uitleg, maar gebruik dit als kapstok voordat je voor het eerst aan de slag gaat met een spiegelreflex-camera.

ISO 
Het begrip ISO gaat over de 'lichtgevoeligheid' van de foto. Deze ISO waarde begint bij 100 en loopt dan op naar bijvoorbeeld 1600. Deze waarden verdubbelen telkens. Dus van 100 naar 200, van 200 naar 400 etc.
Hoe hoger deze waarde, hoe lichter de geschoten afbeelding is. Een foto met ISO waarde 1600 is overdag bijna nooit onderbelicht en dus nooit te donker. Vrij simpel dus zou je zeggen...bij donker weer altijd met de hoogste ISO-waarde een foto maken, want dan kan de plaat bijna nooit te donker zijn. Helaas werkt dit in de praktijk niet zo. Het is namelijk ook zo dat hoe hoger de ISO waarde van een foto, hoe troebeler het beeld. Bij een foto met ISO 1600 is er veel 'ruis' op de foto te zien waardoor de kwaliteit afneemt. Een goed voorbeeld van die ruis kun je zien op de foto hieronder van de haai in Sealife, Scheveningen. De foto is gemaakt met een ISO waarde van 1600.  Het troebel worden van de foto kan je met name goed zien aan de 'grijze-witte' onderkant van de haai die op deze foto totaal niet mooi is weergegeven. 

Dus de ISO-waarde veranderen kan een handig hulpmiddeltje zijn om je foto iets meer lichter te doen lijken, maar bedenk wel dat dit altijd ten koste gaat van de kwaliteit van de foto. De ruis met ISO 100 is er niet, met ISO 400 waarneembaar maar nauwelijks storend. Maar met ISO 800 wordt deze al veel beter zichtbaar en echt storend om maar te zwijgen van de waarde 1600 bijvoorbeeld. Er zijn zelfs tegenwoordig camera's die tot aan ISO 3200 kunnen worden ingesteld.....maar dit komt de kwaliteit van de foto echt niet ten goede!

 

Witbalans
De kleur wit zien onze ogen heel snel. Het maakt ons mensen niet uit of die witte muur wordt belicht door een felle zon of door een stel TL-buizen in een sporthal. Voor de camera maakt dit wel een verschil. Deze vind het moeilijk om de kleur wit te 'zien'. Hou hier rekening mee tijdens het fotograferen! Doe je dit niet dan kan het voorkomen dat de kleuren op je foto te intens of juist minder intens worden weergegeven, zonde! Op elke spiegelreflexcamera zit tegenwoordig een menu waarin je de wit-balans automatisch kan instellen op een gewenste situatie. (bijvoorbeeld daglicht, bewolkt, TL-lampen etc.) 
Ook kan je handmatig de witbalans instellen als je nog niet tevreden bent. In principe gaat het bij elke camera zo dat je een foto maakt van een witte achtergrond waarna je de camera via het desbetreffende menu laat weten dat deze achtergrond 'wit' is. Tijdens het maken van de foto's hierna zal de camera zich aanpassen aan deze witbalans en zullen de kleuren 'echt' worden weergegeven.

 

Mijn uitleg stopt bij deze vier 'basis' begrippen. Als je het bovenstaande verhaal goed hebt begrepen dan kom je al een heel eind bij het maken van foto's met een spiegelreflex-camera, gebruik het als een fundering in je verdere zoektocht in de fotografie.  
De pagina stopt hier echter niet, want ik wil ook nog een paar andere tips meegeven.

 

 

FOTO TIPS (zeker ook bruikbaar voor mensen met een 'normale' compact digitale camera)

- In mijn ogen de belangrijkste tip: je eigen ogen! 
Wat ik hiermee bedoel? De één kan een foto echt heel mooi vinden terwijl een ander de foto juist minder vindt. Jij bepaalt dus zelf wat jij een mooie foto vindt en niemand anders! (Tenzij je natuurlijk in opdracht 'werkt' van een opdrachtgever, dan is zijn of haar mening het belangrijkst!)

- 'Foto's maken met een normale compacte camera of mobiel van een snel bewegend object'
Ook met een normale digitale camera of mobiel kun je best leuke foto's maken van snelle bewegende objecten. Voordat ik mijn spiegel-reflex camera gebruikte had ik een trust-camera die qua prestaties vergelijkbaar is met een camera die thans in de nieuwste mobiele telefoons is verwerkt. Zelfs daarmee kun je 'redelijke' foto's maken op bijvoorbeeld een motorcross of racebaan. Zorg ervoor dat je de motoren of auto's niet van de zijkant maar van voren of van achteren fotografeert. Ook de keuze van het  baangedeelte is belangrijk. Zorg dat je ergens bent waar de snelheid niet al te hoog ligt (zoals het ingaan van een bocht bijvoorbeeld) en waar je redelijk dichtbij kan komen (dit omdat je waarschijnlijk te weinig kan inzoomen) 
Als je camera niet direct de foto maakt maar even de tijd neemt voordat hij 'klikt' (bij een camera van een GSM bijvoorbeeld), probeer dan in te schatten wanneer de foto daadwerkelijk gemaakt wordt. Na een aantal pogingen lukt het dan om een redelijke foto te schieten met zelfs je mobiele telefoon! 

- 'Foto's maken op een zonnig dagje uit of op zomervakantie'
Je kent het wel, na de zomervakantie bekijk je je foto's eens goed. Op je kleine LCDscherm van je camera leken de foto's er op dat moment goed uit te zien, maar in werkelijkheid ben je toch niet zo tevreden over die foto van je partner voor dat ene bouwwerk. Het gezicht is namelijk half zwart door de schaduw van de zon die zijwaarts schijnt! De oplossing...fotografeer met de flitser aan! Juist op die mooie zonnige dag. Zo zul je zien dat het gezicht van de persoon op de voorgrond schaduw vrij is maar de achtergrond wel zijn 'natuurlijke' licht behoudt.

- 'Maak foto's spannender'
Er zijn heel wat manieren om een foto spannender te maken, zoals een andere invalshoek. Probeer eens door de knieën te gaan wanneer je de foto maakt. Van onderen ziet alles er namelijk echt anders uit en zo maak je de foto spannender. 
Als je een gebouw op de foto zet, probeer dan op de voorgrond iets  in beeld te krijgen zoals bijvoorbeeld bloemen of een grasspriet o.i.d. Stel scherp op het gebouw en druk af. Je zult nu zien dat de foto iets meer spanning met zich meebrengt omdat er op de voorgrond een onscherp object te zien is waar langs gekeken wordt.

- 'Zorg dat er niks fout gaat qua materiaal'
Het klinkt o zo logisch maar check voor jezelf toch even voordat je weg gaat ,op vakantie bijvoorbeeld, of je alles van je camera goed bruikbaar bij je hebt. Opgeladen batterijen/accu's (ik raad trouwens altijd aan om een camera te kopen die werkt met accu's dan met doorsnee oplaadbare batterijen. Laatst genoemde hebben een veel kortere levensduur..), genoeg opslagruimte voor de foto's, de accu/batterijen oplader en zeker onmisbaar een (brillen)doekje om de camera-lens schoon te maken mits dit nodig is! Bedenk ook dat je camera niet tegen vallen op de grond en in het water kan...dus behandel het apparaat met enige voorzichtigheid.